| Kunstaas & technieken in Noorwegen (Deel 3) |
|
Hoe werkt dat diagonalen nou precies? Je laat je softbait recht onder je top afzakken tot op de bodem. Door de snelheid van de boot loopt je lijn vanaf de top gezien in ongeveer 45 graden richting je softbait. Diagonaal dus, vandaar de benaming diagonalen. Zodra je softbait contact maakt met de bodem, til of tik je hem zo’n 50 cm tot een meter op. Daarna laat je het kunstaas zo’n vijf seconden boven de bodem hangen. Dit laten hangen is het allerbelangrijkste omdat 75% van de aanbeten nu plaats vinden. Je vislijn blijft tijdens het tillen of tikken op dezelfde lengte. Niet tussentijds binnendraaien, het enige wat je doet is je kunstaas optikken, laten hangen en weer laten zakken tot op de bodem.
Belangrijk is dat je lijn continue strak staat want als je de lijn slap laat vallen (en op dat moment een aanbeet krijgt) verspeel je de vis. Het is eigenlijk net verticalen op Snoekbaars alleen dan met wat groter en zwaarder materiaal. Het gewicht van de loodkoppen wordt weer bepaald mede door de diepte waarop je vist gecombineerd met de snelheid van de boot. Mijn meetpunt hiervoor is dat de lijn te allen tijde een hoek van 45 graden moet hebben. Met de softbait moet je ook de bodem kunnen blijven voelen, anders vis je min of meer in het luchtledige.
Door het variëren met zwaardere of lichtere koppen kan je hier de juiste balans in vinden. Wij vissen altijd het liefst zo licht mogelijk. Softbaits met lichtere loodkoppen worden beter gepakt door de snoek dan de hele zware. Onze praktijk ervaring heeft ons geleerd dat je door licht te vissen meer aanbeten verzilvert dan wanneer je met (te) zware loodkoppen vist.
Een baitcaster is wel uitermate geschikt om als “dode hengel” vanuit de steun te vissen. Je laat het kunstaas een meter boven de bodem hangen en door het bewegen van de boot krijgt het kunstaas voldoende actie.
Steinsfjorden heeft namelijk het grootste rivierkreeft bestand van heel Europa. Zelfs in het donker gebruikten wij dit zwarte kunstaas en niet zonder succes.
Tijdens de voorjaarstrip was het jerkbaiten de sleutel tot het succes maar deze trip het diagonalen. En dit alles op bijzonder diep water. Wij hebben nog nooit de Snoek van zo diep moeten halen. Zoals ik al vertelde, kan de Snoek zijn zwemblaas wel reguleren als ze van deze diepte komen.
Je kunt dat duidelijk zien tijdens de drill. Je ziet dan kleine luchtbelletjes omhoog komen. Deze zijn van de Snoek afkomstig, die op deze manier zijn zwemblaas regelt. Ook na het onthaken duiken ze als een raket, verticaal naar beneden. De Snoek schijnt er geen probleem mee te hebben als je op diep water vangt.
Conclusie: begin je visdag altijd met het zoeken in de verschillende waterlagen. Bij het zoeken naar de vis is het verstandig om anders te vissen dan je vismaat. Varieer met verschillende soorten kunstaas en technieken. Pas wanneer een van beide succesvol begint te worden kan je gerust overstappen op zijn manier van vissen, kunstaas of waterlaag. De vis is dan gevonden.
Door de actuele situatie naar onze hand te zetten is ook deze trip uiteindelijk weer succesvol geweest. Ondanks de ongunstige weersinvloeden vingen we deze trip weer veel hoge negentigers. Leon ving daarbij ook nog eens twee mooie metersnoeken.
Belangrijk bij dit alles is teamwork. We waren in totaal met twaalf personen op deze trip en iedere avond hebben we elkaar voorzien van de nodige (stek) informatie zodat een ieder een geslaagde vakantie heeft gehad met voldoende grote en mooie vissen.
Dit verhaal gaat over onze ervaring in Noorwegen maar u kunt natuurlijk onze tips en technieken op uw eigen thuiswater prima toepassen. |



