| Belofte maakt schuld (Deel 1) |
|
Als je iets belooft, moet je dat ook na komen. Wat mij betreft geldt dat ook als het om een belofte aan jezelf gaat. Toen we vorig jaar na twee en een halve dag moe maar voldaan uitkeken over Steinsfjorden zei ik tegen Evert: “Hier ga ik nog eens een hele week vissen”. Nu, op 12 mei 2007, dus ruim een jaar later kom ik die belofte inlossen. Een volle week snoekvissen op Steinsfjorden en Tyrifjorden ligt voor ons. Het kriebelen van de laatste dagen begint steeds meer op heftige jeuk te lijken. Het voorgevoel is in ieder geval goed….We beginnen op dezelfde stek waar we ruim een jaar geleden zijn geëindigd, namelijk op een meter of vier diepte voor een rotspunt. Net als toen hangt er ook nu een Buster Jerk in de speld. Juist het visuele van de visserij met jerkbaits geeft het vissen hier een extra dimensie. De eerste snoek meldt zich al snel. Het is geen joekel, maar het is een leuke vis om te vangen. De kop is er af. Nu kan er eigenlijk nog maar weinig meer misgaan.Een poosje later, na nog enkele vissen gevangen te hebben, wordt er verkast naar een stek aan de overkant van het meer, die vorig jaar ook goed was. Hier loopt op een diepte van ruim vier meter een richel schuin van de oever weg. Richting de oever vormt zich een plaat die gemiddeld zo´m twee en een halve meter diep is en waarop hier en daar nog oude plantenresten staan. Er is duidelijk vis aanwezig en zeker op de ondiepte worden regelmatig vissen gehaakt en gevangen. Er zit in vergelijking met vorig jaar toch redelijk veel wat kleinere vis bij. De sport is er niet minder om.
Regelmatig zien we ook vissen onder ons kunstaas doordraaien of het volgen tot aan de boot. Prachtig allemaal. Terwijl een wolkendek langzaam voor de zon schuift en de wind een beetje aantrekt, besluit ik om eens een paar keer in de lengterichting langs de richel te vissen. Uit ervaring weet ik dat de vissen rustig een paar meter omhoog komen om een prooi te halen. Bovendien liggen de grote vissen vaak wat dieper. Ik haak al tijdens de eerste worp een vis, maar na een meter is hij al weer losgeschoten. Dat is iets dat we veel vaker zullen tegenkomen deze week.Terwijl de boot doordrift langs de richel werp ik wederom langs de rand van het plateau. De jerkbait zakt enkele tellen af. Met enkel korte rustige tikken start ik hem op. Ineens is daar de weerstand en heb ik het gevoel dat ik een vuilniszak heb gehaakt. Het zetten van de haak is een automatisme. Als de vis even later onder de boot doorkruist zie ik dat mijn gevoel mij niet heeft bedrogen. Deze vis is zeker een meter lang. Ik zie dat de dreg slechts door een velletje zit. Dat brengt de spanning weer terug. Toch breng ik het geduld op om de vis goed uit te drillen. Het pakken in de kieuwgreep levert enige problemen op omdat de vis het vertikt om zijn buik te laten zien. Als de vis binnen is schiet vismaat Pyt snel wat plaatjes. We verbazen ons beiden over de prachtige blauwzilveren glans die over de vis ligt.
Het meetlint geeft volgens Pyt elf centimeter meer aan dan de magische metergrens. Ik geniet nog na als de vis al lang is teruggezet.
Ook deze belofte heb ik ingelost. Ik had mezelf namelijk stiekem ook beloofd dat ik een metervis zou vangen uit het heldere Noorse water. Als dat tijdens de eerste dag al lukt, kan de week eigenlijk niet meer stuk. Dat het gedurende de gehele maandag zo’n beetje regent is vervelend, omdat het fotograferen lastig is.
Voor de vangsten is het niet verkeerd, want ik eindig de dag met flink doorweekt met 38 snoeken. Niet allemaal even groot, maar wel heel mooi om ze er echt vaak op te zien draaien. Het is dan ook niet voor niks dat we ook met dit weer een goed polariserende zonnebril dragen. Aangezien er voor goede waterkaarten is gezorgd analyseren we ’s avonds de stekken waar de meeste vissen zijn gevangen. Hier en daar ontdekken we op de kaart nog andere plekken, die qua bodemverloop een beetje hetzelfde karakter hebben. Vanzelfsprekend worden deze “ontdekkingen” gedeeld met de anderen, want we zijn tenslotte samen op een vistrip en dan is het leuk als iedereen zijn vis vangt.
De theorie blijkt in de praktijk te kloppen en ook op de “nieuwe stekken” worden er de nodige vissen gevangen. Het aardige is, dat we met regelmaat enkele vissen achter elkaar vangen op een stek. Het is net of ze elkaar activeren, zoals je dat ook wel in een school baarzen ziet als er voedselnijd ontstaat. Als we met twee bootjes bij elkaar liggen, vangen we ook vaak beide. Dat levert bijzondere plaatjes op.
Vismaat Pyt Achenbach, die naast snoekvisser ook een oog heeft voor het schieten van prachtige plaatjes, vangt boven 5 meter water zijn grootste vis van de trip. Een vis van 93cm, die het postuur en de kracht heeft van een metervis, maar die niet verder komt dan deze lengte. De grote vissen zitten bijna allemaal goed in hun vlees, zeker gezien het prille seizoen.
Ook ik vang een 90-er op deze dag en ook die geeft heel goed partij. Het zijn schitterende visdagen in deze indrukwekkende entourage.Tijdens de volgende dag ben ik alleen in de boot omdat Pyt een “snipperdag” opneemt en zodoende zijn rug een beet rust gunt. Twaalf uur onafgebroken met grote jerkbaits werpen, ga je na een poosje wel voelen in je schouders en je rug. Als je zoals ik helemaal verknocht bent geraakt aan het vissen met jerkbaits in dit heldere water neem je de pijn voor lief. Ik beleef een topdag met 41 snoeken. Dat alles maakt, dat de echte drive om vooral veel vissen te vangen verdwijnt, en we besluiten op het de volgende morgen op het veel moeilijker bevisbare Tyrifjorden te gaan proberen. Evert en Paul hebben daar een paar grote vissen achter hun jerkbaits gehad en het is aardig om eens met alle vier de boten te gaan kijken of we ze los kunnen krijgen. Jouke Jansma. Voor het vervolg. Ga naar: deel 2 |